Een te betalen schadevergoeding van €10.000, 160 uur taakstraf en een drie jaar lang verbod op openbare berichtgeving over de zaak Diekstra vormde de straf die fiscalist Karim Aachboun op dinsdag 7 oktober van de rechtbank Amsterdam kreeg opgelegd. Aachboun werd schuldig bevonden aan vijf relatief zware misdrijven, waartegen TV-presentator Johnny de Mol en advocaat Sébas Diekstra aangifte hadden gedaan. Van Diekstra’s aantijgingen ‘valsheid in geschrifte’ en ‘smaad door het indienen van processtukken in kort geding’ werd Aachboun vrijgesproken. De straffen staan echter in geen verhouding tot de zwaarte van de zogenaamde daden. Het lijkt erop dat de rechtbank de eigen conclusies met een korreltje zout nam en het er vooral om ging Aachboun de mond te snoeren.
De opgelegde straf is – niet verwonderlijk – lager dan De Mol en Diekstra voor het totaal aan aanklachten hadden geëist, hoewel De Mols advocaat Plasman tijdens de zitting van 23 september niet concreet had gemaakt wat hij in gedachte had toen hij “een fikse voorwaardelijke veroordeling” eiste.
De eis Aachboun een contactverbod op te leggen op basis van artikel 38v die het OM ineens aan het eind van de zitting toevoegde (en door Diekstra aan de rechters uitgelegd moest worden), werd door de rechtbank niet als zodanig overgenomen. Aachboun mag echter drie jaar lang niet in het openbaar over (de melding tegen) Diekstra berichten. Een vergelijkbare instructie, zonder einddatum, was Aachoun eerder ook al via civielrechtelijke weg opgelegd.
De uitspraak betreft twee langlopende ‘Me Too’ zaken die in een vorige artikel kort beschreven zijn.
Aachboun heeft 14 dagen om hoger beroep in te stellen.
Opgelegde straf Strafeis OM 160 uur taakstraf 200 uur taakstraf Als taakstraf niet goed wordt uitgevoerd: 80 dagen gevangenisstraf Als taakstraf niet goed wordt uitgevoerd: 100 dagen gevangenisstraf Geen openbare berichtgeving over Diekstra gedurende 3 jaar Contactverbod (38v) 3 maanden voorwaardelijke celstraf 4 maanden voorwaardelijke celstraf 3 jaar proeftijd 3 jaar proeftijd €10K schadevergoeding aan Diekstra €50K schadevergoeding aan Diekstra
Schuldig aan afdreiging in de zaak Johnny de Mol
De rechtbank achtte Aachboun schuldig aan afdreiging, de enkele aanklacht in de zaak die het OM, op basis van een aangifte van Johnny de Mol, tegen hem aanspande.
De aanklacht was gebaseerd op een brief die Taxeco (het bedrijf van Aachboun en diens compagnon Aerts) in 2020 aan Johnny de Mol gestuurd had, om een minnelijke schikkingsregeling te verkennen voor hun cliënte, de ex-verloofde van De Mol, Shima Kaes. Kaes beschuldigde De Mol ervan haar tijdens hun relatie drie keer mishandeld te hebben.
Rechter Vastenburg zei dat de brief niet anders opgevat kan worden dan afdreiging, omdat in de brief verwezen zou zijn naar geheime informatie die openbaar gemaakt zou kunnen worden. Ook zou er een uiterste datum als reactietermijn genoemd zijn.
Die ‘uiterste datum’ was echter de publicatie van het boek “De Mol: de machtigste mediafamilie van Nederland”, waarvan Kaes vreesde dat het negatieve passages over haar zou bevatten. Ze wilde een regeling, voordat het boek uitkwam. Of de publicatiedatum, waarop Kaes dus geen invloed had, in die zin als ultimatum voor afdreiging beschouwd kan worden, is de vraag.
Aachbouns advocate Jade Vaneerdewegh had tijdens het verweer echter betoogd dat ook Johnny de Mol de brief aanvankelijk als verkenningsinstrument had opgevat. Hij had via voice- en e-mails op de brief gereageerd om uit te leggen dat het boek van Koster niet in opdracht van De Mol was geschreven, dat hij zich niet negatief over zijn ex-verloofde Shima Kaes wilde uitlaten en wilde weten wat Aachboun precies met een zinsnede in de brief bedoelde.
Verder had Vaneerdewegh naar een andere brief verwezen, die van de advocaat van Mol uit 2020, waarin hij schreef dat Shima Kaes haar ex-verloofde “al vijf jaar lang” met aanklachten ‘had belaagd’. De brief werd ingebracht om aan te tonen dat de kwestie tussen Kaes en De Mol al veel langer speelde en dat de brief de verklaring van De Mol tegenover de politie ontkrachtte. Daarin zou TV-presentator gezegd hebben dat de afdreigingsbrief niet een initiatief was van Kaes, maar uitsluitend van Aachboun.
Bovendien leek De Mol zelf, al ver voor Aachboun bij de zaak betrokken werd, Kaes te hebben gedreigd haar publiekelijk zwart te maken als ze hem zou beschuldigen. Bewijs daarvoor was een bericht van de eerdere advocaat van Kaes, Mark Teurlings, die in 2016 ook een schikkingsregeling verkende. Journalist Ton van Dijk citeerde een bericht van Teurlings aan Kaes in 2022 in HP/De Tijd.: “Helaas kom ik niet verder. Er is voorzichtig gepolst en degene die ik sprak denkt dat hij, de familie en vriendengroep totaal voorbereid is op de aanval en dat er een scenario klaarligt om van jou een tweede Sabia [Boulahrouz] te maken (…) Het is me duidelijk dat als je iets doet je zoveel shit over je heen gaat krijgen en daar maak ik me zorgen over.”
Schuldig bevonden aan twee van vier aanklachten in zaak Diekstra
De rechtbank achtte Aachboun schuldig aan het plegen van smaad middels het sturen van een persbericht aan het ANP en via het plaatsen van social media berichten.
Hij werd vrijgesproken van de wel heel boude aanklacht ‘valsheid in geschrifte’ en voor ‘smaad middels het indienen van processtukken’ met betrekking tot één kort geding.
Smaad in relatie tot twee andere kort geding zaken achtte de rechtbank wel bewezen, maar de rechtbank erkende dat de stukken waren ingebracht ter verdediging van Aachboun en legde daarom geen straf op.
Was dit wel gebeurd, dan had dat waarschijnlijk nogal wat stof doen op waaien onder advocaten. Immers, als ciënten geen stukken met vermeend smadelijke inhoud meer zouden kunnen inbrengen, simpelweg omdat zittingen openbaar zijn en pers mogelijk aanwezig is (waardoor cliënten ineens voldoen aan het smaad-criterium ‘ruchtbaarheid geven’), dan zou dat het werk van verdedigingsadvocaten onmogelijk maken.
Smaad middels een persbericht
Voorzitter Vastenburg achtte het bewezen dat Aachboun nauw betrokken was geweest bij het opstellen en versturen van het persbericht aan ANP over het vermeend grensoverschrijdend gedrag van advocaat Diekstra.
Op 23 september had Aachbouns advocate daar tegenin gebracht dat de mevrouw Guerrouj – voorzitter van de stichting Music#Me Too tot wie de cliënte van Aachboun zich aanvankelijk had gericht en waar Aachboun juridisch adviseur was, – tijdens een politieverhoor verklaard dat zij het persbericht had opgesteld en verstuurd, wat door de juridische vrijwilligster van de stichting onderschreven werd. De zaak tegen de voorzitter werd geseponeerd.
Een ander feit dat Aachbouns betrokkenheid zou bewijzen, was een notitie dat op de telefoon van Aachboun gevonden was:
“Ten slotte is in de telefoon van verdachte het e-mail adres aangetroffen van de eindredactrice van Shownieuws waar het persbericht naar is verstuurd. In dezelfde notitiestond een tekst geschreven die verband hield met de verzonden mail en het persbericht.”
Dat die notitie Aachboun toegestuurd was en dus niet door hemzelf geschreven, staat niet in het vonnis.
Vaneerdewegh had op 23 september echter al aangegeven dat het persbericht een reactie geweest was op een wederhoor vraag van Talpa’s Shownieuws. Die hadden geruchten over de verdenkingen jegens Sébas Diekstra opgevangen en Stichting Music#Me Too om een reactie gevraagd. De verdenkingen tegen Diekstra zongen kennelijk al rond. Het persbericht was een reactie op dat verzoek voor wederhoor geweest.
Rechter Vastenburg zei dat het duidelijk was dat Aachboun Diekstra in een kwaad daglicht wilde stellen. Hij had geen wederhoor gevraagd en het politieonderzoek niet afgewacht.
Dat laatste is een opmerkelijk verwijt, omdat Vaneerdewegh tijdens de vorige zitting liet weten dat er nog altijd, na drie jaar, geen politieonderzoek in gang gezet is, terwijl Bach dat onderzoek nog altijd wenst.
De onbetrouwbare getuigenis (lees: meineed) van Hamid El Ouabi, ten aanzien van deze beschuldiging, bleef onbesproken.
Social Media
Zeer weinig woorden besteedde Vastenburg aan het schuldig verklaren van Aachboun ten aanzien van smaaduitingen via social media. De berichten zouden een grote impact op het slachtoffer (Diekstra) gehad hebben, vooral omdat de zaak tegen Aachboun zo lang heeft geduurd. Dat het omgekeerde eveneens en in veel indringender mate het geval was, noemde ze niet.
Hoewel Diekstra het over circa 14 berichten had gehad, bleek de aanklacht slechts twee inhoudelijke berichten te betreffen, in juni en oktober van 2024. Zij werden pas twee jaar na Diekstra’s eigen openbaarmaking op Twitter geplaatst en vergezeld van een aantal ‘stories’, 24-uur durende verwijzingen naar het bericht in oktober. Die stories stopten twee dagen na de verschijning van het laatste bericht.
Zoals Vaneerdewegh had aangegeven, had Aachboun de berichten ter verdediging van zijn eigen reputatie geschreven, nadat bleek dat een wederhoor-interview met een journalist van het AD door de hoofdredactie niet gepubliceerd werd.
Tot aan het plaatsen van zijn eigen berichten was de fiscalist, sinds 2022, in zeven AD-publicaties beschuldigd van het doen van een valse melding en meer. Een achtste artikel volgde in december 2024.
Strafdaad v. strafmaat
Volgens artikel 318 lid 1 staat er op afpersing en afdreiging een maximale gevangenisstraf van vier jaar of een geldboete van de vijfde categorie.
Voor smaad staat een gevangenisstraf van “ten hoogste twee jaren” of een geldboete van de vierde categorie.
De Mol had op 23 september aangegeven geen geld van Aachboun te vorderen, insinuerend dat het bevuild zou zijn.
Zoals gezegd heeft Aachboun 160 uur taakstraf gekregen en moet hij €10.000 aan Diekstra betalen.
Wie nog geen strafblad heeft, krijgt doorgaans mildere straffen. Wie een taakstraf krijgt en daarvan enkele uren verzaakt, moet per twee verzaakte uren op een hele dag celstraf rekenen.
Een taakstraf van 160 uur is dus te vergelijken met 80 dagen celstraf (die de rechtbank ook, als stok achter de deur, oplegde). Voorwaardelijk kreeg Aachboun drie maanden gevangenisstraf (voor een periode van drie jaar). De totale taakstraf is dus aanzienlijk lager dan de maximale vier jaar celstraf voor afdreiging en lager dan de twee jaar voor smaad.
Ook de geldboete van €10.000 die Aachboun betalen moet, valt ver onder het maximum van zowel de vierde als vijfde categorie geldboete. Ook is het aanzienlijk minder dan de €50.000 die Diekstra geëist had.
Toegegeven, Lisette van Leeuwen, de advocate van Diekstra, kon tijdens de vorige zitting niet goed uitleggen waarop de €50.000 gebaseerd was. Bovendien is Diekstra’s aanklacht van valsheid in geschrifte (een nog zwaarder misdrijf dan afdreiging) door vrijspraak komen te vervallen. Dat de uiteindelijke straf milder is dan de oorspronkelijke strafeis is dus logisch.
Toch is de discrepantie tussen de hoogte van de schadevergoeding, de duur van de taakstraf en de voorwaardelijke celstraf enerzijds en de zwaarte van de misdrijven die Aachboun zijn aangerekend, anderzijds, aanzienlijk.
Beide eisers lijken een onsje genoegdoening te hebben gekregen. Noodzakelijk, in de zaak Diekstra, was Aachboun als medepleger schuldig te verklaren van ‘smaad middels het versturen van een persbericht’. Hadden de rechters hem hiervoor vrijgesproken, dan hadden ze hem ook niet voor ‘smaad via social media berichten’ kunnen veroordelen en was Diekstra met lege handen naar huis gegaan. Die social media berichten zouden dan namelijk niet anders opgevate hebben kunnen worden dan als uitingen ter zelfverdediging, om Aachbouns eigen reputatie te beschermen.
Kortom, voor een gevoegde zaak, waar de meervoudige kamer de verdachte schuldig acht aan drie niet mis te verstane misdrijven die een grote impact op de slachtoffers zouden hebben gehad, lijkt de straf die Aachboun gekregen heeft een tik op de vingers. Eigenlijk was de oorspronkelijke strafeis dat al. De echte straf is de zwijgplicht over de melding tegen Diekstra die nu zowel civiel- als strafrechtelijk is opgelegd.
Tot Slot
Zoals gezegd, was alleen voorzitter Vastenburg aanwezig. Rechter Wiewel en de vrouwelijke rechter van wie men mij de vorige zitting de naam niet kon zeggen, waren niet bij de uitspraak. Ook was er een andere officier van Justitie.
Na het uitspreken van het vonnis bleven alle aanwezigen nog relatief lang in de zaal. Terwijl de cameramannen van RTL Boulevard en Talpa’s Shownieuws hun apparatuur inpakten, onderhielden Vastenburg en de persvoorlichtster zich breedlachend met elkaar.
Toen de schrijvende pers aanstalten maakte om te vertrekken, stond Vastenburg en riep de camerateams stralend toe: “Succes, hè!”, enthousiast een ‘thumbs up’ in de lucht drukkend, waarna zij door de deur in de muur achter haar verdween.
Het vonnis in inmiddels gepubliceerd.
The End
🩵 Dank voor het lezen van dit artikel! Waardeer je mijn werk en wil je bijdragen aan ‘pen en papier’? Dan ben ik blij met elk dubbeltje.🩵









