“Aachboun wordt voor de bus gegooid. Het ging om twee vrouwen. Het is wrang dat hij, terwijl hij rechtshulp wilde verlenen in een emotioneel beladen kwestie, nu zelf onderwerp van strafvervolging is geworden.” (Mr. Vaneerdewegh)
Holle aanklachten, een onbetrouwbare getuige en een ter elfder ure ingebrachte slachtofferverklaring die zelfs de rechters ongebruikelijk (lees: lasterlijk) voorkwam, vormden de kern van de dag-lange zitting op 23 september, waarin het Openbaar Ministerie (OM) de Amsterdamse rechtbank poogde te overtuigen dat fiscalist Karim Aachboun zich schuldig zou hebben gemaakt aan afdreiging, valsheid in geschrifte en diverse uitingen van smaad. Voor de zekerheid stond in de coulissen een wrakingskamer klaar.
Uit het tweeledige verweer – één met betrekking tot De Mol, één tot Diekstra – van de 24-jarige (!) advocate van Aachboun, Jade Vaneedewegh, bleek een hele andere werkelijkheid. Gedetailleerd en vanuit verschillende invalshoeken onthulde zij niet alleen hoe gekunsteld de onderbouwing voor de vijf aanklachten tegen haar cliënt overkomt, maar ook dat de argumenten een hoog projectie of ‘jij-bak’ gehalte hebben. Vaneerdewegh vroeg de meervoudige kamer dan ook om integrale vrijspraak in beide zaken.
Een “zeer betrouwbare” getuige
Die projectie kenmerkte ook de onverwachte en die dag centraal staande getuigenis van de heer Hamid El Ouhabi, secretaris van de inmiddels opgeheven stichting Music#Me Too. Het OM had hem de dag ervoor, om 16:22 uur, onverwacht aangemeld.
Het bleek dezelfde man te zijn die, voorafgaand aan de zitting, Diekstra in de hal even apart nam, kennelijk om nog iets met hem te bespreken.
Het bleek ook de persoon te zijn die, na afloop van de zitting van 15 mei, buiten boos op mij was toegelopen om mij ervan te beschuldigen dat ik me door Aachboun zou laten misbruiken door positief over zijn zaken te schrijven. Op mijn vraag wat Aachboun hem had aangedaan en El Ouhabi uitnodigend zijn verhaal te doen, liep hij zonder verdere uitleg, boos weg.
Vaneerdewegh liet de rechters weten geen bezwaar tegen de getuigenis te maken. Wel waarschuwde ze de meervoudige kamer dat ze in haar betoog aan zou tonen dat El Ouhabi als getuige “volstrekt onbetrouwbaar” was.
Dat aantonen deed El Ouhabi echter zelf. Na stellig verkondigd te hebben dat hij persoonlijk had gezien dat Aachboun op 23 juni 2022 op de verzendknop van het e-mail account van de stichting Music#Me Too had gedrukt om een aan het ANP gerichte persbericht (een van de smaad-aanklachten van Diekstra) te versturen, zei hij enkele minuten later dat hij níet op 23 juni, maar de dag ervoor op het kantoor van de stichting aanwezig was geweest.
Dus nee, excuus, hij had níet gezien dat Aachboun het persbericht had verzonden, maar, zo verzekerde El Ouhabi de rechters – die hem nogmaals op zijn eed wezen – hij was wél persoonlijk aanwezig geweest bij het telefoongesprek dat Aachboun op 22 juni 2022 met Shownieuws/ TALPA had gevoerd.
Aachboun ontkent ten stelligste bij het verzenden van de e-mail en het voeren van het telefoongesprek betrokken te zijn geweest, aldus zijn advocate.
Zijn eigen graf almaar dieper gravend, benadrukte El Ouhabi herhaaldelijk dat alles de schuld van Aachboun was. Hij had niets dan narigheid door Aachboun ondervonden. Op de meevoelende vraag van voorzitter Vastenburg waaruit die narigheid bestond, antwoordde de getuige dat het te veel was om in de rechtszaal te vertellen.
Aachboun zou, zo verklaarde El Ouhabi, niet slechts de juridische adviseur van stichting Music#Me Too zijn geweest, hij wás de stichting. De fiscalist zou alle taken van de stichting uitvoeren en toegang hebben tot het e-mail account en de ICT-omgeving van de stichting. Aachboun zou de enige zijn die berichten verzond en zou daarom ook de IT-rekeningen ontvangen. De voorzitter, El Ouhabi’s (inmiddels) ex-vrouw, de secretaris en de enige vrijwilligster zouden niets te doen hebben gehad. El Ouhabi beklaagde zich er bovendien over dat hij nooit over lopende zaken geïnformeerd zou zijn.
Op de vraag van de rechters waarom El Ouhabi al die jaren (de stichting opereerde van 2021 tot januari 2025) als niets-om-handen-hebbende secretaris was aangebleven, antwoordde hij dat zijn vrouw en hij in een emotioneel kwetsbare situatie bij de stichting waren terechtgekomen en dat Aachboun hem, de voorzitter en de vrijwilligster altijd met een smoes naar kantoor zou hebben gelokt. “Hij wilde altijd dat er getuigen aanwezig waren.”
Uit het verweer van advocate Vaneerdewegh bleek een heel ander verhaal. Om te beginnen heeft El Ouhabi een schuld van €10K bij TaXeCo. Vóór de stichting in januari werd opgeheven, zou hij gedreigd hebben dat, als TaXeCo de schuld niet zou kwijtschelden, hij ervoor zou zorgen dat Aachboun en El Ouhabi’s ex-vrouw Guerrouj in de zaak Diekstra veroordeeld zouden worden.
Ook voerde Vaneerdewegh bewijs aan dat El Ouhabi in februari 2025, zonder toestemming van zijn ex-vrouw, zelf e-mails vanaf haar persoonlijke account aan TaXeCo verstuurde. Guerrouj heeft dit onder ede in een notariële verklaring laten opnemen.
Die e-mails bracht El Ouhabi vervolgens via zijn advocaat in als bewijsstukken, in een procedure die Aachboun wegens afdreiging tegen hem had aangespannen. Aachboun deed vervolgens in juni 2025 aangifte tegen El Ouhabi, wegens valsheid in geschrifte en identiteitsfraude.
Vaneerdewegh stelde dat Aachboun geen enkele IT-rekening heeft ontvangen en uitsluitend het IT-bedrijf en de stichting met elkaar in contact had gebracht. De IT-rekeningen voor de stichting lijken voorheen aan Guerrouj te zijn verstuurd. In april 2025 stond El Ouhabi echter zelf als geadresseerde op de factuur.
Een direct daaropvolgende e-mail van de ICT-beheerder, waarin Aachboun ineens als opdrachtgever en contactpersoon werd vermeld, doet vermoeden, aldus Vaneerdewegh, dat El Ouhabi via het persoonlijke account van zijn voormalige echtgenote ook toegang had tot haar zakelijke e-mail account – die voor haar werk als voorzitter van de stichting.
Vaneerdewegh vroeg de rechters geen geloof te hechten aan de getuigenis van El Ouhabi en zijn verklaringen buiten beschouwing te laten.
Dit weerhield de officier van Justitie er niet van de getuige, telkens als hij ter sprake kwam, als “zeer betrouwbaar” te classificeren. De getuige leek de laatste troefkaart te zijn. Tijdens het verweer van Vaneerdewegh zou namelijk blijken dat de beschuldigingen aan het adres van Aachboun – zelfs in gevoegde vorm – op dun ijs gestoeld waren.
Afwezigheid Aachboun
Karim Aachboun was tijdens de zitting zelf niet aanwezig. Hoewel de voorzitter de vorige keer had bepaald dat hij door de politie zou worden ‘meegebracht’, oftewel thuis opgehaald, om zijn aanwezigheid te verzekeren, bleek hij onvindbaar.
De groep journalisten, die buiten het gerechtsgebouw met een camera in de aanslag klaar stond om de gehoopte vernederende aankomst van ‘de verdachte’ te vereeuwigen, wachtte er tevergeefs.
Ook binnen de rechtbank was de kartelmedia ruim vertegenwoordigd. Aanwezig waren, onder andere, De Volkskrant, RTL, BNNVARA, PowNed, Telegraaf/Saskia Belleman (voor de eerste helft van de zitting).
Dat de media belangstelling toonde voor deze zaak, is niet verbazingwekkend. Johnny de Mol en, in mindere mate, Sébas Diekstra zijn immers bekende namen bij het Nederlandse publiek.
Wonderlijk was de ons-kent-ons sfeer: het joviaal handen schudden, het broederlijk gekeuvel tussen de ‘eisende’ advocaten, kartel-journalisten, de getuige, Aachboun-bedreiger J.v.V. en diens ABC Legal advocaat, Allon Kijl. Alsof zich een reünie, of ‘Team De Mol/Diekstra’ huddle, spontaan in de hal voor zaal A2 ontpopte. Voor buitenstaanders had het echter veel weg van een aasgierenbal.
In de rechtszaal las de Vaneerdewegh de afwezigheidsverklaring van haar cliënt voor. Aachboun zei voor zijn veiligheid te vrezen, naar aanleiding van een doodsbedreiging die één van de aanwezigen tijdens een pauze in de vorige zitting had geuit (zie mijn voorgaande rapportage over de zaak.)
Aachboun was die zitting afwezig door ziekte en had toen ook geen advocaat, waardoor de zitting geen doorgang vond en naar 23 september werd verlegd.
Voorzitter Vastenburg leek teleurgesteld. De politiebegeleiding had Aachboun juist kunnen beschermen en zijn veiligheid in de rechtszaal zou sowieso gewaarborgd zijn, merkte ze op.
Had, echter, de meervoudige kamer de dynamiek ‘buitenskamers’ meegekregen, dan was de beslissing van Aachboun om weg te blijven wellicht beter begrepen. Onverstandig leek zijn besluit niet.
Noordhollands Dagblad.
Vijf jaar reputatieschade
Johny de Mol en Sébas Diekstra deden in respectievelijk 2020 en 2022 aangifte tegen Aachboun, als reactie op Me Too type beschuldigingen van diens cliënten.
De beschuldigingen werden gedaan in een tijdperk van vergelijkbare aantijgingen, zoals die in januari 2022 via het programma Boos over medewerkers van het TV-programma The Voice of Holland de ronde deden. Daarbij werden tegen The Voice begeleiders Ali B. en Marco Borsato, bandleider Jeroen Rietbergen en regisseur Martijn N. aangiftes ingediend. Ali B. en Martijn N. zijn inmiddels veroordeeld.
Hoewel de aanklachten in de zaken van Diekstra en De Mol verschillen, werden ze gaande de rit op het verzoek van het OM gevoegd. Het lijkt erop dat dit gedaan is om de bewijsvoering voor de aanklachten zwaarder te laten lijken dan ze in feite is.
Advocaat Peter Plasman (De Mol vertegenwoordigend) en Lisette van Leeuwen (kantoorgenote van en voor Diekstra) verweten Karim Aachboun dat hij de rechtsgang zou hebben vertraagd, waardoor hun cliënten drie jaar lang hun ‘goede naam’ niet hebben kunnen zuiveren.
Vaneerdewegh wierp daartegenin dat haar cliënt tot twee keer toe om een snelle afwikkeling heeft gevraagd (op 31 augustus 2021 en 6 september 2023) en dat “De zaak allang bij de politierechter afgehandeld had kunnen worden”.
Het voortslepen van de zaak heeft bovendien ook Aachboun geschaad, aldus zijn advocate. De fiscalist wordt al vijf jaar lang – sinds de schriftelijke verkenning van een minnelijke regeling met De Mol – steevast in de media afgespiegeld als charlatan, zonder dat hem wederhoor wordt geboden.
Acht smadelijke artikelen zijn inmiddels in het AD over Aachboun verschenen. Eén interview nam het dagblad met hem af, waarin Aachboun de gelegenheid kreeg zijn kant van de zaak tegen Diekstra toe te lichten. Publicatie van het interview werd echter door de hoofdredactie tegengehouden. De perspectieven van De Mol en Diekstra krijgen daarentegen alle ruimte.
Broadcast Magazine, 1 september 2019
De zaak van Johnny de Mol
Johny de Mol ontving in september 2020 een brief van TaXeCo partners Aerts en Aachboun waarin minnelijke regeling verkend werd, aldus Vaneerdewegh.
De verkenningsbrief was door TaXeCo opgesteld op verzoek van cliënte Shima Kaes. Zij zou door haar toenmalige vriend en ex-verloofde zijn mishandeld.
Kaes had van 2014 tot mei 2015 een relatie met De Mol gehad waarin zij het slachtoffer geweest zou zijn van drie gewelddadige voorvallen– in Mexico, Amsterdam en op Ibiza. De Mol zou Kaes hebben geslagen, geschopt en geprobeerd haar te wurgen. Naar het vermeende geweldsdelict op Ibiza loopt in Spanje nog apart een strafrechtelijk onderzoek.
De bemoeienis van TaXeCo volgde die van Mark Teurlings, de advocaat die Kaes als eerste in de arm had genomen om onderhandelingen met De Mol te verkennen.
Teurlings waarschuwde Kaes in 2016, dat als zij, zoals zij voorhad, aangifte van de gewelddadigheden zou doen, De Mol haar publiekelijk zou framen als een ‘golddigger’: “Helaas kom ik niet verder. Er is voorzichtig gepolst en degene die ik sprak denkt dat hij, de familie en vriendengroep totaal voorbereid is op de aanval en dat er een scenario klaarligt om van jou een tweede Sabia [Boulahrouz] te maken (…) Het is me duidelijk dat als je iets doet je zoveel shit over je heen gaat krijgen en daar maak ik me zorgen over,” citeerde journalist Ton van Dijk Teurlings in 2022 in HP/De Tijd.
Auteur Mark Koster, die het boek “De Mol, de machtigste mediafamilie van Nederland” aan het schrijven was, benaderde Kaes met een aantal vragen in het kader van zijn toen nog te verschijnen boek. Kaes hield de boot af uit vrees dat het boek in opdracht van De Mol was geschreven en onaangename passages over haar zou bevatten.
In 2018 deelde Teurlings informatie met Koster, zonder medeweten van zijn cliënte. Kaes verving de advocaat door TaXeCo. Een tuchtklacht tegen Teurlings volgde en Aerts en Aachboun raadden hun nieuwe cliënte af mee te werken aan het boek van Koster.
Een kort geding tegen de auteur, om publicatie van het boek tegen te gaan, bleek tevergeefs. Op 9 september 2020 werd daarom de bewuste brief aan de familie De Mol verstuurd.
De kwestie escaleerde en Johnny de Mol stopte op 26 april 2022 uiteindelijk als presentator van de talkshow HLF8.
Ondanks meerdere getuigenverklaringen en een voor De Mol belastende geluidsopname van een in april 2021 gevoerd telefoongesprek, ging het OM er toch toe over de zaak op 6 oktober 2022 te seponeren.
Diezelfde dag deed De Mol aangifte tegen Aerts en Aachboun wegens afdreiging en ging het OM over tot vervolging. Aerts heeft nog niet voor de rechtbank hoeven verschijnen. Kaes, die zelf de deurwaarder inschakelde, is niet vervolgd.
In de brief werd echter niet over een financieel schikkingsvoorstel, noch van een dwangmiddel gesproken. Het was uitsluitend bedoeld als eerste poging om te verkennen of Kaes en De Mol op enig punt tot een regeling konden komen en niet door het boek van Mark Koster tegenover elkaar zouden komen te staan, aldus de verdediging van Aachboun.
Omdat de brief ook aan de ouders van Johnny de Mol (John de Mol en Willeke Alberti) was gestuurd, impliceerde dat, volgens Plasman, dat er wél druk werd uitgeoefend en gedreigd werd met openbaarmaking van informatie.
In de brief was wel aangegeven dat er mogelijk rechtsmiddelen konden worden ingezet. Het inzetten van rechtsmiddelen kan echter onmogelijk als afdreiging of strafbare daad aangemerkt worden, betoogde Vaneerdewegh.
De hele zaak liep met een sisser af toen, in augustus 2024, Shima Kaes, achter de rug van TaXeCo om, haar ex-verloofde voorstelde te schikken voor een bedrag van €425.000. Aerts en Aachboun staakten daarop hun adviseurschap wegens vertrouwensbreuk.
Follow the Money
De zaak Sébas Diekstra
Diekstra beschuldigt Aachboun op vier punten: valsheid in geschrifte en drie aanklachten van smaadschrift – met betrekking tot een persbericht, door het inbrengen van processtukken in kort geding, en via sociale media.
Aanleiding voor de aantijgingen is een politiemelding van een cliënte van Aachboun, die Diekstra ervan beschuldigde in 2002, tijdens een veteranenevenement bij Defensie, haar borsten te hebben betast. Diekstra zou toen officier bij de koninklijke Marechaussee zijn geweest.
De vrouw, die hier verder wordt aangeduid als Bach, wendde zich tot de stichting Music#Me Too, die Aachboun als juridisch adviseur inschakelde.
Diekstra stelt dat hij nooit de bedoelde persoon kan zijn geweest, omdat hij ten tijde van het delict nog geen veteraan was en dus niet op een veteranenfeest genodigd kon zijn geweest. Bach zou aanvankelijk ook niet erg zeker geweest zijn of Diekstra de man in kwestie was.
Bach is naar aanleiding van haar melding echter nog altijd niet gehoord, aldus Vaneerdewegh. Wel heeft ze in november 2024 als getuige onder ede verklaard dat zij nog altijd achter haar melding staat en een strafrechtelijk onderzoek wenst.
De melding is heikel, omdat Diekstra bekend staat als slachtoffer-advocaat die regelmatig (showbizz) slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag bijstaat. Zo vertegenwoordigde hij The Voice zangeres Jill Helena, die aangifte deed tegen de rapper Ali B, wegens aanranding.
Ongepaste slachtofferverklaring Diekstra
De zitting opende met een slachtofferverklaring van Diekstra die de vorige middag pas om 16:16 uur bij de rechtbank was ingediend, maar niet aan Vaneerdewegh was verstuurd. Dat laatste was al eerder voorgevallen en Diekstra had daarvoor in september 2024 een waarschuwing van de rechtbank gekregen.
Diekstra’s slachtofferverklaring bevatte dermate ‘subjectief’ geformuleerde zinsneden en overschreedt, zoals Vaneerdewegh het verwoordde, “de grenzen van een slachtofferverklaring of schadevordering”, dat ook de rechters moeite hadden het stuk niet als laster aan te merken. “Uitlatingen over de proceshouding van een verdachte zijn niet gebruikelijk in een slachtofferverklaring,” merkte voorzitter Vastenburg voorzichtig op.
Reden voor de slachtofferverklaring was, aldus Van Leeuwen, dat Diekstra als slachtoffer in een strafrechtzaak geen spreekrecht had.
De meervoudige kamer besloot de verklaring, ondanks het bezwaar van Vaneerdewegh, aan het dossier toe te voegen en geen enkele passage uit te sluiten (zoals Vaneerdewegh had verzocht). Vastenburg gaf wel aan dat de rechters het stuk “kritisch” zouden beschouwen.
Weerwoord Aachboun op aanklacht ‘valsheid in geschrifte’
De beschuldiging van valsheid in geschrifte bleek een aanfluiting. De vermeende vervalsing zou bestaan uit de toevoeging, door Aachboun, van een zwart vlak achter de naam Bach in een ingebrachte e-mail correspondentie.
De cliënte van Aachboun had haar achternaam zelf afgekort om relatieve anonimiteit te garanderen. De media was er echter bovenop gesprongen: er had geen vrouw met de naam Bach voor defensie gewerkt en Aachboun zou de zaak verzonnen hebben.
Om aan te geven dat het tweede deel van de achternaam ontbrak, bracht Aachboun de lak aan, daarmee nog altijd aan de privacywens van zijn cliënte gehoor gevend. De lak werd aangebracht op een onbeschreven vlak achter de naam ‘Bach’.
De e-mail correspondentie is door het aanbrengen van de zwarte lak niet vervalst, noch qua inhoud veranderd en al helemaal niet heimelijk aangepast, beargumenteerde Vaneerdewegh. In één oogopslag is het zwarte lak voor iedereen te zien.
In plaats van te hebben willen misleiden, had Aachboun willen verduidelijken zonder de inhoud aan te tasten, verklaarde de jonge advocate. Bovendien was de e-mail correspondentie zowel het OM als de rechtbanken in Amsterdam en Midden-Nederland in ongelakte vorm toegestuurd, dus konden ook zij niet van misleiding spreken. “Het enkel zwarten van tekst zonder misleidend doel, valt buiten artikel 225 lid 1,” concludeerde Vaneerdewegh.
De smaad boomerang
Centraal bij de smaad-aantijgingen tegen Aachboun staat een persbericht dat de stichting Music#Me Too op 23 juni 2022 aan het ANP stuurde. Tussen het persbericht en de kennisgeving ervan aan Sébas Diekstra , waarin de laatste om een reactie gevraagd werd, zat slechts drie minuten. Drie minuten zijn voor het verwoorden van een wederhoor natuurlijk volstrekt ontoereikend.
Aachboun ontkent echter het persbericht te hebben verstuurd. Verklaringen van de voorzitster van de stichting, mevrouw Guerrouj, en vrijwilligster Wong bevestigen dat Aachboun niet bij het persbericht betrokken is geweest. De zaak tegen de twee vrouwen (als zijnde stichting Music#Me Too) werd geseponeerd.
Als Aachboun het bericht inderdaad niet verstuurd heeft, dan kan hij er dus ook niet voor verantwoordelijk worden gehouden, laat staan veroordeeld voor het plegen van smaad en laster.
Het OM heeft nooit onderzocht wie toegang tot het e-mail account van de stichting kon hebben gehad. Wel heeft de politierechter in het geval van Wong bepaald dat niet met 100% vastgesteld kon worden dat het Wong was die een telefoongesprek met Talpa voerde, noch of zij toegang had gehad tot het e-mail account van de stichting. Dat de dezelfde reservering opgaat voor de directe betrokkenheid van Aachboun, zo betoogde zijn advocate, wordt door het OM genegeerd.
Ruchtbaarheid
Saillant detail in dit alles is dat het persbericht van de stichting niet door ANP in behandeling werd genomen. De verdenkingen kwamen dus niet via die weg in de openbaarheid.
Had Aachboun het persbericht wel verstuurd, dan zou hem dus nog altijd niet verweten kunnen worden dat hij ruchtbaarheid aan de verdenkingen gegeven heeft. Moedwillig ruchtbaarheid aan iets geven met het doel de reputatie te schaden of te beledigen, is een van de voorwaarden voor een veroordeling van smaad, stelde Vaneerdewegh.
Het openbaar maken van het persbericht deed Diekstra opmerkelijk genoeg zelf. Onmiddellijk na ontvangst van de e-mail van stichting Music#Me Too informeerde hij de korpsdirectie van de Koninklijke Marechaussee en diverse mensen binnen de media, advocatuur, politie en cliënten.
Als klap op de vuurpijl plaatste Diekstra diezelfde 23 juni om 15:02 uur een tweet, waarin hij zowel de brief van stichting Music#Me Too als zijn reactie erop integraal opnam.
Tweet van Diekstra op 23 juni 2022, om 15:02 uur.
Nog geen minuut later (!) verscheen een artikel over de aantijgingen tegen Diekstra in het AD, waarbij werd verwezen naar, en geciteerd uit, de tweet van Diekstra.
In het artikel zei Diekstra aangifte tegen Aachboun te zullen doen wegens smaad en het doen van een valse melding. De valse melding is kennelijk komen te vervallen; het maakte geen onderdeel uit van de huidige vier beschuldigingen.
Op 24 juni vroeg het AD Aachboun om een reactie, welke heel beperkt in het artikel van de vorige dag werd opgenomen.
In een notarisverklaring van 9 december 2022 verklaarde Bach dat Aachboun haar naam en melding niet verzonnen heeft en zij de melding zelf deed. De verklaring werd drie dagen later naar het Openbaar Ministerie gestuurd. Op 19 december 2022 werd Aachboun aangehouden en drie dagen vastgezet. Aerts, mede-eiser en TaXeCo-compagnon, werd echter niet vervolgd.
Processtukken als smaad?
De tweede uiting van smaad waarvan Diekstra Aachboun beschuldigt, betreft het inbrengen van processtukken in een kort geding procedure.
Daarover zei Vaneerdewegh dat de inhoud van processtukken die ter verdediging van een zaak ingebracht worden, als zodanig beschouwd moeten worden en niet als het opzettelijk schaden van iemands reputatie, of moedwillige belediging.
Om haar standpunt te onderbouwen haalde ze enkele oordelen van de Hoge Raad aan en benadrukte dat de stukken uitsluitend bedoeld waren geweest voor de voorzieningenrechter.
Smaad of verdediging?
De derde beschuldiging van smaad zou uit circa veertien uitingen van Aachboun op social media bestaan. Tijdens het verweer bleek dat het om slechts twee berichten ging – één geplaatst op 4 juni en de tweede op 17 oktober van 2024. Deze berichten werden dus lang na Diekstra’s tweet van 23 juni 2022 geplaatst.
Naar die twee tweets werd verwezen via meerdere ‘stories’ – kortdurende berichten die na 24 uur verdwijnen. De stories bevatten, volgens Vaneerdewegh, geen nieuwe informatie en de laatste verscheen op 19 oktober 2024.
De berichten plaatste Aachboun uit zelfverdediging, aldus Vaneerdewegh. Sinds 23 juni 2022 had Diekstra regelmatig reputatieschadende berichten over Aachboun geplaatst. Aangezien de media geen wederhoor bood, besloot Aachboun zelf de aantijgingen te pareren.
In haar betoog wees Aachbouns advocate op de willekeurige behandeling van het OM: toen Tim Hofman van het programma Boos in 2022 melding maakte van het grensoverschrijdend gedrag van The Voice of Holland medewerkers Ali B. en Marco Borsato, werd hij níet door het OM wegens smaad aangeklaagd.
Op zijn beurt belkaagde Diekstra zich er bij de rechter over dat Aachboun zijn vermeende smaad-berichten op social media nog altijd niet verwijderd heeft. Daarbij ging hij voorbij aan het feit dat de AD-publicaties over of tegen Aachboun een veel groter bereik hebben dan diens social media berichten en dat de online krantenartikelen zeer waarschijnlijk nooit verwijderd zullen worden.
Het OM eiste tweehonderd uur taakstraf en een voorwaardelijke celstraf voor een proeftijd van drie jaar. Diekstra eiste daar bovenop € 50.000 schadevergoeding.
Er ontstond nogal wat gedoe over de plotseling toegevoegde eis een artikel 38v-regeling in te stellen, om Aachboun een contactverbod op te leggen. De rechters begrepen de eis niet goed. Waarom zou Aachboun een contactverbod opgelegd moeten worden als er geen bewijs was dat hij Diekstra of De Mol met contactverzoeken belaagde? En hoe moest dat er online uitzien?
De officier van Justitie kon het niet goed uitleggen. Het zou ervoor moeten zorgen dat Aachboun in geen enkele publieke uiting en op geen enkele wijze zelfs maar over Diekstra en De Mol zou mogen schrijven, opperde ze.
De verwarring werd alleen maar groter. “Had Aachboun de civielrechtelijke aanwijzing niets meer over de zaken te mogen publiceren dan overtreden?”, vroeg de kamer zich af.
Nee, dat niet, moest de officier bekennen. Diekstra werd de kans geboden haar te hulp te komen. Hij zei “goede ervaringen met 38v te hebben”, bovendien was er op Aachboun niets te verhalen, financieel, zo was gebleken. Dus wilde men een extra maatregel.
Van Eerdewegh, in al haar nuchterheid, vroeg wederom om integrale vrijspraak.
De uitspraak volgt op 7 oktober om 12:45 uur, bij de rechtbank van Amsterdam.
🩵 Dank voor het lezen van dit artikel! Waardeer je mijn werk en wil je bijdragen aan ‘pen en papier’? Dan ben ik blij met elk dubbeltje.🩵